Zorg voor kinderen

Over het algemeen hebben alle leerkrachten te maken met leerlingen die problemen hebben met de lesstof. Zij lopen het risico dat deze achterstand steeds groter wordt als de leerkracht niet adequaat reageert. In die zin zijn het dus ook ‘risicoleerlingen’. Het is belangrijk dat de leerkracht weet  welke kinderen in hun groep de ‘risicoleerlingen’ zijn. Dit is eigenlijk alleen maar vast te stellen als dit in relatie wordt gebracht met een bepaalde norm. Op school gebruiken we daarvoor het leerlingvolgsysteem van het CITO.

Leerlingen met problemen vragen extra initiatieven van de leerkrachten. Het is belangrijk dat dit op een effectieve, systematische en planmatige wijze gebeurt. Dit betekent inhoudelijk dat er in ieder geval sprake moet zijn van:
  • Meer instructietijd;
  • Een goede opbouw in de instructie die wordt gegeven;
  • Gerichte begeleiding en ondersteuning;
  • Voldoende tijd en mogelijkheden om te oefenen.
Naast leerlingen met problemen zitten er ook altijd leerlingen in de groep die opvallen, omdat ze de lesstof te gemakkelijk vinden. Deze leerlingen vragen ook om aanpassingen in het onderwijs. Gebeurt dit niet, dan is de kans groot dat zij onderpresteren, met alle mogelijke gevolgen van dien.

Door het benoemen van onderwijsbehoeften kunnen leerkrachten vaststellen welke initiatieven moeten worden genomen om leerlingen optimaal te kunnen groeien in hun ontwikkeling.

Bij het benoemen van onderwijsbehoeften zegt de leerkracht iets over:
  • De doelen die in de komende periode voor het kind worden nagestreefd;
  • Wat het kind nodig heeft om het doel te bereiken.
In iedere groep zitten leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften. Onze school werkt met groepsplannen, dit betekent dat leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften worden geclusterd. Omdat leerkrachten niet meer dan drie verschillende niveaus kunnen hanteren in de groep leidt dit tot differentiatie in drie groepen.

In de groepsplannen hanteren we de volgende indeling:
  • Instructieonafhankelijke leerlingen. Dit zijn de goede leerlingen die vaak voldoende hebben aan een korte instructie.
  • Instructiegevoelige leerlingen. Dit is de basisgroep, waartoe over het algemeen het merendeel van de leerlingen behoort. Zij ontvangen de basisinstructie.
  • Instructieafhankelijke leerlingen. Dit zijn leerlingen die meer instructie en begeleiding van de leerkracht nodig hebben. Zij ontvangen naast de basisinstructie verlengde instructie.
Het kan voorkomen dat, ondanks alle hulp en inzet, toch niet de gewenste vooruitgang wordt behaald. In dit geval kan het nuttig zijn om aanvullende stappen te ondernemen.

De school kan dan een beroep doen op het zorgplatform samenwerkingsverband 22.05. Het zorgplatform heeft als voornaamste taak specialistische hulp te bieden als school en ouders daarom vragen. De contactpersoon kan de leerling aanmelden bij het Zorgplatform.

Het zorgplatform wordt gevormd door:
  • de leden van het bovenschools zorgteam;
  • schoolarts (GGD);
  • maatschappelijk werkster;
  • enkele orthopedagogen van Cedin;
  • de orthopedagoog en de ambulante begeleider van de Catamaran.